Wie naar Gran Canaria komt, gaat over het algemeen naar Playa del Inglés. Daar bevinden zich de iconische Duinen van Maspalomas, een uitgestrekt duingebied van zeven kilometer lang en circa drie kilometer breed. Het is dé plek op het eiland waar naaktrecreatie al decennialang een drukke, sociale en volkomen geaccepteerde bezigheid is. Maar wie die massa zat is en op zoek gaat naar absolute rust en afzondering, kijkt al snel naar de ruige bergen en ravijnen aan de andere kant van de snelweg GC-1. Op papier lijkt dit achterland de ultieme plek voor een vrije, solitaire wandeltocht. De werkelijkheid is echter een stuk rauwer: een naaktwandeling door dit gebied is allesbehalve zonder risico.
Wie via een
van de tunnels onder de snelweg het vulkanische terrein van het Amurga-massief
betreedt, komt terecht in een gebied van ruim tachtig vierkante kilometer. De
gedachte dat je hier in alle vrijheid ongestoord naakt kunt ronddwalen blijkt
een illusie. Waar je in de duinen omringd bent door honderden gelijkgestemden, kom
je in deze droge ravijnen werkelijk geen enkele andere blootwandelaar tegen. Je
ruilt de sociale veiligheid en de openheid van het strand in voor een
genadeloze, gortdroge leegte.
Het terrein
is verraderlijk. Er zijn geen strak aangelegde wandelpaden; de ondergrond
bestaat uit losse vulkanische stenen, scherpe rotsen en een stoffige bodem. Dat
betekent dat je bij iedere stap exact moet kijken waar je je voeten neerzet.
Zonder bedekkende kleding ben je extra kwetsbaar voor schaafwonden, felle zon
en stekelige vegetatie. Mocht je je verstappen en een been of arm breekt, dan
is hulp ver te zoeken. Hoewel de luxe hoteltorens en de voorbijrazende auto’s
op de snelweg in de verte goed zichtbaar zijn, ben jij vanaf die afstand
volkomen onzichtbaar. Niemand kijkt naar de desolate hellingen, en doordat het
gebied zo immens groot is, hoort niemand je roepen.
Bovendien is
dit niemandsland niet zo verlaten als het lijkt. Midden in het gortdroge
rotslandschap vind je niet alleen geïmproviseerde onderkomens onder
overhangende klippen, maar op strategische bergkammen en toppen staan ook
verrassend professioneel gebouwde woningen. Deze zijn opgetrokken uit de stenen
die in het gebied zelf te vinden zijn en neergezet met aloude
droogstapeltechnieken — zwaar, stabiel en volkomen opgaand in de omgeving. Ze
bieden hun bewoners een vrij en onbelemmerd zicht over het hele ravijn. Zo'n
woning van dichtbij benaderen is niet zonder gevaar: je betreedt ongevraagd
iemands afgeschermde leefruimte. Het verrassen van bewoners op deze geïsoleerde
toppen kan snel leiden tot grimmige, confronterende situaties, zeker wanneer je
onbedekt bent en je daardoor extra kwetsbaar voelt.
Toch hangt er
een constante spanning. De bewoners houden zich schuil, maar wie er alleen
rondloopt, krijgt snel het unheimliche gevoel dat hij door duizend paar ogen
wordt gevolgd zonder zelf iemand te zien. Dat beklemmende gevoel wordt nog
versterkt door grimmige sporen in het landschap. Op verschillende opvallende
punten, zoals afwateringspijpen en rotsen, verschijnen de laatste jaren
gekalkte teksten als "MAK" en "MAKAK". Het is geen
onschuldige graffiti, maar een specifieke Nederlandse en Vlaamse scheldnaam die
gericht is tegen de Noord-Afrikaanse migranten in het gebied. De confrontatie
met zo’n racistische uiting in je eigen taal, midden in een Spaanse
bergwoestijn, maakt de sfeer ter plaatse extra geladen.
Waarom zou je
er dan toch gaan wandelen? Voor wie de drukte wil ontvluchten, biedt het
landschap een indrukwekkende stilte en een gevoel van grenzeloze ruimte. Maar
die vrijheid heeft een duidelijke prijs. Je loopt niet in een beschermd
natuurgebied, maar door de rauwe, ongereguleerde achtertuin van het eiland. Wie
hier toch op pad gaat, doet er goed aan niet alleen te gaan, iets mee te nemen
om eventueel hulp in te roepen, goede wandelschoenen te dragen, afstand te
bewaren tot de woningen op de toppen en ruim voor het donker weer terug te zijn
in de bewoonde wereld.


