zondag 25 oktober 2026

De schaduwzijde van het achterland: naakt wandelen voorbij de GC-1

Wie naar Gran Canaria komt, gaat over het algemeen naar Playa del Inglés. Daar bevinden zich de iconische Duinen van Maspalomas, een uitgestrekt duingebied van zeven kilometer lang en circa drie kilometer breed. Het is dé plek op het eiland waar naaktrecreatie al decennialang een drukke, sociale en volkomen geaccepteerde bezigheid is. Maar wie die massa zat is en op zoek gaat naar absolute rust en afzondering, kijkt al snel naar de ruige bergen en ravijnen aan de andere kant van de snelweg GC-1. Op papier lijkt dit achterland de ultieme plek voor een vrije, solitaire wandeltocht. De werkelijkheid is echter een stuk rauwer: een naaktwandeling door dit gebied is allesbehalve zonder risico.

Wie via een van de tunnels onder de snelweg het vulkanische terrein van het Amurga-massief betreedt, komt terecht in een gebied van ruim tachtig vierkante kilometer. De gedachte dat je hier in alle vrijheid ongestoord naakt kunt ronddwalen blijkt een illusie. Waar je in de duinen omringd bent door honderden gelijkgestemden, kom je in deze droge ravijnen werkelijk geen enkele andere blootwandelaar tegen. Je ruilt de sociale veiligheid en de openheid van het strand in voor een genadeloze, gortdroge leegte.

Het terrein is verraderlijk. Er zijn geen strak aangelegde wandelpaden; de ondergrond bestaat uit losse vulkanische stenen, scherpe rotsen en een stoffige bodem. Dat betekent dat je bij iedere stap exact moet kijken waar je je voeten neerzet. Zonder bedekkende kleding ben je extra kwetsbaar voor schaafwonden, felle zon en stekelige vegetatie. Mocht je je verstappen en een been of arm breekt, dan is hulp ver te zoeken. Hoewel de luxe hoteltorens en de voorbijrazende auto’s op de snelweg in de verte goed zichtbaar zijn, ben jij vanaf die afstand volkomen onzichtbaar. Niemand kijkt naar de desolate hellingen, en doordat het gebied zo immens groot is, hoort niemand je roepen.

Bovendien is dit niemandsland niet zo verlaten als het lijkt. Midden in het gortdroge rotslandschap vind je niet alleen geïmproviseerde onderkomens onder overhangende klippen, maar op strategische bergkammen en toppen staan ook verrassend professioneel gebouwde woningen. Deze zijn opgetrokken uit de stenen die in het gebied zelf te vinden zijn en neergezet met aloude droogstapeltechnieken — zwaar, stabiel en volkomen opgaand in de omgeving. Ze bieden hun bewoners een vrij en onbelemmerd zicht over het hele ravijn. Zo'n woning van dichtbij benaderen is niet zonder gevaar: je betreedt ongevraagd iemands afgeschermde leefruimte. Het verrassen van bewoners op deze geïsoleerde toppen kan snel leiden tot grimmige, confronterende situaties, zeker wanneer je onbedekt bent en je daardoor extra kwetsbaar voelt.

Toch hangt er een constante spanning. De bewoners houden zich schuil, maar wie er alleen rondloopt, krijgt snel het unheimliche gevoel dat hij door duizend paar ogen wordt gevolgd zonder zelf iemand te zien. Dat beklemmende gevoel wordt nog versterkt door grimmige sporen in het landschap. Op verschillende opvallende punten, zoals afwateringspijpen en rotsen, verschijnen de laatste jaren gekalkte teksten als "MAK" en "MAKAK". Het is geen onschuldige graffiti, maar een specifieke Nederlandse en Vlaamse scheldnaam die gericht is tegen de Noord-Afrikaanse migranten in het gebied. De confrontatie met zo’n racistische uiting in je eigen taal, midden in een Spaanse bergwoestijn, maakt de sfeer ter plaatse extra geladen.

Waarom zou je er dan toch gaan wandelen? Voor wie de drukte wil ontvluchten, biedt het landschap een indrukwekkende stilte en een gevoel van grenzeloze ruimte. Maar die vrijheid heeft een duidelijke prijs. Je loopt niet in een beschermd natuurgebied, maar door de rauwe, ongereguleerde achtertuin van het eiland. Wie hier toch op pad gaat, doet er goed aan niet alleen te gaan, iets mee te nemen om eventueel hulp in te roepen, goede wandelschoenen te dragen, afstand te bewaren tot de woningen op de toppen en ruim voor het donker weer terug te zijn in de bewoonde wereld.